Landschap

 

Kustvlakte
Een groot deel van de bevolking concentreert zich langs de kustvlakte. De kustvlakte, welke vroeger een veel zuidelijkere kustlijn had dan nu, heeft met uitzondering van een klein gedeelte in het oosten, geen echte stranden. De kustvlakte kent een zuidelijk deel waar, door het oplossen van mineralen, bauxiet is ontstaan en een noordelijk deel welke strandwallen bevat, ontstaan door samenkomst van zand uit de rivieren met zand uit de zee. Voor een aantal rivieren die in zee uitmonden, bemoeilijken deze strandwallen vooral de zeescheepvaart. Slibafzetting tussen de lagunen had tot gevolg dat er uiteindelijke moerassen ontstonden. In de 17de en 18de eeuw werden deze moerassen drooggelegd en vestigden men hier destijds plantages. De groei van parwawouden en mangroven werd bevorderd door slib dat, vanaf de Amazone, de kust van Suriname bereikte. Samen veroorzaakten ze een verplaatsing van de mondingen van de kleinere rivieren richting het westen.

Bergland
Ongeveer 80% van Surinaams grondgebied bestaat uit berg- en heuvelland. Omdat weinig is overgebleven van de zandsteenbedekking, leidde dit tot een sterk wisselende bovenlaag. Door vulkaan uitbarstingen in het verleden zijn de verschillende gebergten ontstaan. Het Acaragebergte, het Grensgebergte en het Toemoek-Hoemakgebergte komt men in het zuiden tegen. Het Toemoek-Hoemakgebergte vormt hierbij de waterscheiding tussen noordelijk en zuidelijk stromende rivieren. Het Wilhelminagebergte, in het midden van Suriname, staat bekend om de hoogste bergen; de Julianatop (1280m) en de Tafelberg(1080m).

Savanna
De bekendste savannegebieden in Suriname zijn de Jodensavanne en de Sipilawini-savanne. Laatstgenoemde staat o.a. bekend als archeologische vindplaats. Savannegebieden zijn ontstaan doordat het regenwater de donkere bovenste grondlaag wegspoelde en de witte onderlaag hierdoor naar boven kwam. Deze droge ondergrond bleek echter weinig vruchtbaar te zijn en daardoor zelden begroeid. Door het 'branden' van de grond door de bewoners werden de vlaktes kunstmatig in stand gehouden. De huidige savannegebieden zijn overigens dun bevolkt.

Rivieren
Van zuid naar noord stromen een aantal rivieren, die voor de afwatering zorgen. Met een mondingsbreedte van ongeveer 10 km zijn de Corantijn en de Marowijne de grootste rivieren van Suriname. In deze rivieren bevinden zich talrijke eilanden. De Coppename, de Saramacca en de Suriname zijn ook grote rivieren. De Nickerie, Commewijne en Cottica behoren tot de kleinere rivieren. In de lage kuststreek zijn de rivieren goed te bevaren. Bij de overgang van bergland naar savanne hebben alle rivieren stroom-versnellingen. De moerasgebieden worden tijdens de regentijd door de rivieren overstroomd.


 terug

Hotels/tours

Algemene informatie