Van noord naar zuid

 

Het landschap van Suriname is te verdelen in drie delen die van zuid naar noord lopen:

Het bergland van Suriname beslaat ruim 80% van de oppervlakte en is een onderdeel van het hoogland van Guyana. In tegenstelling tot de situatie in Guyana is binnen de grenzen van Suriname van de zandsteenbedekking vrijwel niets overgebleven. Door verwering is in het bergland een bovenlaag ontstaan van sterk wisselende dikte. In het zuiden strekken zich van west naar oost het Acaragebergte, het Grensgebergte en het Toemoek-Hoemakgebergte uit. Laatstgenoemde keten vormt de waterscheiding tussen de naar de oceaan in het noorden en de naar het zuiden (Amazone) stromende rivieren. De gebergten van het midden van Suriname vormen in het algemeen de waterscheidingen tussen de grote rivieren. De hoogste bergen zijn de Julianatop (1280 m) en de Tafelberg (1080 m) in het Wilhelminagebergte.

Ten noorden van het bergland strekt zich een laag en golvend landschap uit , dat voor het merendeel bestaat uit zuivere kwartszanden die sterk waterdoorlatend en onvruchtbaar zijn. Vernieling van het oerwoud heeft als gevolg gehad dat hier een echte savanne is ontstaan. De overgang van oerwoud aar savanne is meestal geleidelijk.

De kustvlakte van Suriname bestaat uit een zuidelijk deel. Daar is de verwering erg intensief geweest. Hierdoor zijn bijna alle mineralen opgelost en is er bauxiet ontstaan. Het noordelijk deel bestaat uit jongere afzettingen die ontstaan zijn door de samenwerking van de rivieren en de zee. Door de rivieren aangevoerde en van de zeebodem afkomstige zanden vormden met schelpen uit zee strandwallen. In de lagunen daartussen werd slib afgezet. Zo ontstonden moerassen. Door inpoldering zijn hier in de 17de en 18de eeuw plantages ontstaan die later weer zijn verlaten. De eigenlijke kust is een brede modderplaat, hierdoor ontbreken zandstranden helemaal. De kust van Suriname krijgt grote hoeveelheden slib te verwerken afkomstig van de Amazone. De aanslibbing bevorderd de groei van mangroven en parwawouden. Tussen de wortels wordt slib vastgehouden. Hierdoor komen de mondingen van de kleinere rivieren steeds verder naar het westen te liggen.


 terug

Hotels

Algemene informatie